Fatsoensnormen
Door de DVO zijn een aantal fatsoensnormen aangegeven en we hadden graag dat de captains deze met hun team bespreken. Dat we als bestuur achter deze regels staan moge duidelijk zijn!
Altijd een hand geven en je tegenstander iets positiefs wensen bij aanvang van de wedstrijd.
Zodra je tegenstander zijn 3 pijlen staat te gooien, sta je minimaal 1 meter achter je tegenstander. Sta nooit in het gezichtsveld van je tegenstander.
Zodra je tegenstander gooit ben je hoorbaar stil. Dus geen rammelende pijlen, niet met opzet je pijlen laten vallen, fluiten etc.
Als je zelf hebt gegooid, loop je, indien mogelijk, ruim langs je tegenstander die op dat moment al klaar staat om te gooien. Let hierbij ook op de oche dat je deze niet aantikt.
Bij de spelers en de schrijvers staat de mobiel uit of in ieder geval het geluid uit.
Ga nooit in discussie met de schrijver over de score of een telfout als je tegenstander aan het gooien is. Wacht hiermee tot je zelf weer aan de beurt bent.
Praat alleen met je tegenstander als deze niet aan het gooien is.
Na afloop van een partij geef je elkaar de hand. Heb je zelf gewonnen, dan blijft er respect bestaan voor de tegenstander die (net) niet genoeg was en als verliezer uit de strijd is gekomen.
Als je een dubbel mist is het nagooien ongepast.
Als je een partij verloren hebt, gedraag je dan ook als een goede verliezer. Ga dus niet met de pijlen gooien, vloeken, schoppen etc.
Voorzeggen is in de hogere divisies uit den boze. Bij de lagere divisies kan dit gebeuren. Doe dit echter zo dat dit je tegenstander niet uit zijn ritme haalt of wacht hiermee tot je zelf aan de beurt bent (bovendien mag je altijd aan de schrijver vragen wat je gegooid hebt en wat je restscore is).
Voor de schrijver geldt dat hij stil moet staan bij het bord. Het bewegen met het hoofd om te kijken wat iemand heeft geraakt is storend.
Voor de spelers geldt, haal je pijlen pas uit het bord als de schrijver de score opgeteld heeft en opschrijft.
Bij het spelen in locaties met meerdere teams moet men proberen rekening te houden met elkaar. Ben je klaar dan neem je afstand van de teams die nog bij jou in de buurt met de wedstrijd bezig zijn.
Het Dartbord

| Een goed dartbord voldoet aan de volgende specificaties: |
|
Dartbord verkeert in goede staat.
Geen beschadigingen. Geen "uitgewoonde" trippels.
Geen uitgedroogd bord.
|
|
Dartbord moet volkomen vlak zijn.
Geen hobbels en bobbels.
|
|
Alle draden moeten goed zichtbaar zijn en niet glimmen.
Dus niet buiten je auto poetsen en daarna binnen nog even de draden van je dartbord!
|
|
De nummering moet aanwezig zijn en kloppen.
Dus als je het bord draait dan moet je -vanzelfsprekend- de ring met nummers losmaken en op de goede manier weer terugplaatsen, zodat de nummers weer kloppen.
|
|
De dubbel 20 moet rood zijn.
Het ontwerp van dartborden is niet aan mode onderhevig. Dus borden met een leuke modegevoelige appeltjes groene dubbel twintig zijn uit den boze!
|
|
Het dartbord moet een zgn. "bristle" dart bord zijn.
Dus ook hier geldt: De lekker goedkope papieren borden van de Bart Smit voldoen absoluut niet. Trouwens, bristle borden zijn uiteindelijk veel goedkoper, want ze gaan veel langer mee.
|


|